top deco

Joost van der Laen

Mannelijk vóór 1437 -


Generaties:      Standaard    |    Verticaal    |    Compact    |    Box    |    Alleen tekst    |    (Uitgebreide)kwartierstaat    |    Voorouderwaaier    |    Media    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Joost van der Laen is geboren vóór 1437 (zoon van IJsbrant van der Laen en Fije Andriesdr).

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1437 tot 1447; Vermeld in de weesboeken van Leiden

    Aantekeningen:

    vermelding:
    Weeskamer Leiden:
    d.d. 04-12-1437.
    Willem Jacobszn., Jan Jan Simonsznzn. en Gerrit Meeszn. zijn schuldig aan Fije IJsbrands weduwe van der Laan 150 gouden philippus bourgondische schilden.

    d.d. 18-02-1447.
    Fije van der Laan heeft een brief op de stad Leiden op haar en Joost's lijf voor 12 nobelen per jr en Fije is hefster zolang zij leeft. Op 7-4-1457 erkent Joost van der Laan met Willem Andrieszn. zijn moeders man voldaan te zijn.

    Pagina 24 d.d. 18-05-1447.
    Joeste kind van wijlen IJsbrand van der Laan en Fije. Jacob Rijswijk en Hendrik van der Laan. Aangezien de goederen voor het grootste gedeelte van Fije zijn gekomen zal Fije de goederen mogen gebruiken als Fije ze nodig heeft zonder enige toestemming.


Generatie: 2

  1. 2.  IJsbrant van der Laen (zoon van Harman Willemszn en Lijsbeth van der Laen); is gestorven vóór 19 apr 1437.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • functie: van 1390 tot 1421; Schepen van Leiden
    • vermelding: van 1393 tot 1423; Leen van Putten
    • functie: van 1394 tot 1395; Schout van diverse gemeenten
    • vermelding: van na 24 dec 1394; Willem Hermansz samen met Williem Heinenz betrokken bij de moord op Floris van Rijsoirde
    • functie: van 1397; Schout en burgemeester van Leiden
    • functie: van 1399 tot 1424; Poortmeester van Leiden
    • vermelding: van 1399; Leen van de hofstede Polanen
    • vermelding: van 1399 tot 1417; Vermeld in de rekeningen van de Sint Pieterskerk te Leiden
    • Beroep: van 1403; Wijnkoper
    • vermelding: van 1404 tot 1444; Leen van de Graaf van Holland
    • vermelding: van 1405 tot 1424; Vermeld in register eigendomsbewijzen
    • Beroep: van 1406; Deed aan turfwinning
    • vermelding: van 9 jun 1410; Vermeld in register Kloosterbezittingen Leiderdorp
    • vermelding: van mei 1411; Verkoop land te Zoeterwoude
    • vermelding: van 1413; Verkoop huis en erf aan het Rapenburch te Leiden
    • vermelding: van 1414 tot 1425; Betrokken bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten
    • vermelding: van 19 feb 1414; Leengoed te Leiderdorp
    • functie: van 1415; Baljuw van Woerden
    • functie: van 1420; Baljuw van Kennemerland
    • vermelding: van 1423 tot 1424; Bemiddelaar bij schuld aan oom
    • vermelding: van 1437 tot 1447; Vermeld in de weesboeken van Leiden

    Aantekeningen:

    IJsbrant behoorde met zijn familie tot de elite van Leiden. In de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1345-1492) koos hij in zijn tijd de kant van de kabeljauwen.

    functie:
    1390-1391, 1403-1404, 1412-1414. IJsbrant moest het veld ruimen na de opstand als kabeljauw in de Hoekse en Kabeljauwse twisten.

    vermelding:
    PERNIS
    leen 58. 9 gemet 2 lijn land in de Eijffel onder het huis van Arnt van Riede, (1472: jaarlijks 31 pond waarding).
    7 gemet 1 lijn 4 roede land in de hoeck van de Eijffel langs ‘s Gravenambacht.
    9 gemet land daar ten westen van gelegen.
    3½ gemet land in Roeden over de Rode.
    10 lijn 20 roede santland in het Rughesant, dat bij dit land behoort.
    9½ lijn land in de Stiefmoeder in Poortegael.
    3 gemet land aan de Nuwenweg.
    3 lb 6 schelling holland per jaar, verzekerd op het huis bij de tol te Geervliet, dat vroeger van Ghise Sausmaker was (1423: van Voppe Boudijnsz.).
    9-6-1393: Willem Harman Willemszoonsz. en zijn broer IJsbrant van der Laen elk met de helft na overdracht d.d. 3-6-1393 voor schepenen te Leijden door IJde, gehuwd met Floris Ghijsbrechtsz. (64, fol. 20v en 144, fol. 225v).
    17-8-1409: Willem Hermansz. en zijn broer IJsbrant van der Laen, gehuwd met jonkvrouwe Aleijde Jacob Corsticaensdochter, met ledige hand (65, fol. 13).
    29-7-1415: Willem van Boschusen bij dode van zijn vader Willem Hermansz. met diens helft (65, fol. 13 en 144, fol. 275).
    23-6-1423: Jacob IJsbrantsz. van der Laen, nadat het leen met dijkrecht verbeurd was door IJsbrant van der Laen en Willem van Boschuysen, met lijftocht van Clementia, dochter van Jacob Dirksz., zijn vrouw, op de mindere helft (144, fol. 258v).

    functie:
    schout van Waddinxveen, verm. 1394, voor 15 apr. (GvH. 1248 f. 8v.), van Valkenburg, Katwijk aan de Rijn en aan Zee sinds 20 juni 1394; 20 mei 1395 werd een opvolger benoemd (GvH. 892 f. 18v. en 31v. d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 11, 21-22

    vermelding:
    Floris werd 24 dec. 1394 opgeroepen om naar 's-Gravenhage te komen omdat hij in de grfl. duinen had gejaagd. Zijn familieleden eisten op 15-5-1396 genoegdoening bij de graaf voor zijn dood.
    3 jan. 1397 kwam een verzoening tot stand; de schuldigen Willem Heinenz. en Willem Hermansz. zouden resp. 400 en 200 Dordtse gld. aan Floris' magen uitkeren en verder 500 zielmissen laten lezen, kloosterwinning doen en een voetval in de Haagse kerk maken met 200 man. Hertog Albrecht zou een kapelanie stichten waarvan Jacob van Rijsoirde collator werd.
    Pas 26 mrt. 1415 kwam een definitieve verzoening tot stand, bewerkstelligd door arbitrage van Jan Hugenz. te Delft en Pieter Buytewech. Ter verzoening verbleven aan de graaf: heer Jacob van Rijsoirde c.s. enerzijds en anderzijds Dirk van Oestgeest, Albrecht van den Bosch, Buen Jansz. c.s. en Willem van Boschuysen c.s. Willem Hermansz.'s magen zouden 400 zielmissen houden voor Floris van Rijsoirde en kloosterwinning doen tussen Maas en Zijpe, 1000 Franse kronen betalen en bovendien 360 nieuwe Hollandse schilden t.b.v. de stichting van een kapelanie ter gedachtenis van Floris van Rijsoirde. Tenslotte dienden zij uitreikingen van geld te doen aan Floris' magen, o.w. diens bastaardzoon en -zuster. Daarnaast werd van hen boetedoening in de Leidse St. Pieterskerk verlangd. Voor de betalingen stonden borg: vanwege de magen van moederszijde van Willem Hermansz.: Willem van Boschuysen, IJsbrand van der Laen, Oude Hendrik Hermansz., Simon Frederik Gerrit Emmenz.z.; vanwege diens vader: Willem van Boschuysen, Bertelmeeus Jansz. die Brouwer, Jonge Hendrik Hermansz. en Willem Simonsz. Van volkomen verzoening zou pas sprake zijn als de maag tot achterzusterkind toe van Willem Heinenz. een bedevaart had gemaakt naar St. Jacob (Santiago de Compostella) en eveneens t.b.v. Floris' ziel naar Jeruzalem, behalve wanneer het geslacht Van Rijsoirde verlichting toestond. Tenslotte werd aan 4 magen uit 6 van Willem Hermansz. opgedragen ter bedevaart te gaan naar Soissons (het betrof Boudijn van Zwieten, Dirk van Oestgeest, Albrecht van den Bosch, IJsbrand Strevelant Jansz., Buen Jansz. en Willem Rondiel)

    functie:
    In 1397 was hij schout van Leiden en op 10-11-1397 en daarna was hij burgemeester (1397-98, 1398-99, 1403-04, 1404-05)

    vermelding:
    1399:
    Dit sijn die oude renten op hofsteden binnen der ouder vryhede: Ysbrant van der Laen van den huse dat Willem van der Maern was XX s. (ook vermeld in 1400)
    Item Ysbrant van der Laen III Ghendsche noble, elc voer LXXXVIII grt., facit VIII £ XVI s.

    1400:
    Van voerhuur ende van ghiften:
    Ysbrant van der Laen VII s. I d.

    1401:
    Dit sijn die oude hofstederenten binnen der ouder vrihede:
    Isebrant van der Laen van den molenwerf XXXV s. VI d. II miten (ook vermeld 1402/1403)
    Dit sijn die hofstederenten op die hoeve binnen der nyer vrihede op die erven. Eerst op Levendaelsgraft: Isebrant van der Laen I erve XIIII s. II d (ook vermeld in 1402)

    1402:
    Afterstal van tjaer XIIIIc ende twie: Ysebrant van der Laen III £ III s. X d. II miten

    1403:
    Dit sien die hofstederenten op die hoeve binnen der nyer vrihede op die erven. Eerst op Levendaels grafte: die stede van den molenwerf die Ysebrants van der Laen was
    Van voirhuyr ende giften:
    - van Ysebrant van der Laen van voirhuyr van den molenhuysse op die Hoeghewoert XIIII s.

    1407:
    Van voirhuyr ende ghiften:
    - Claes Betkijn ende Jan Stoop coften een erve jegen Ysebrant van der Laen, dairof te voirhuyer XXVI s. VIII d.
    - Gherijt Louwen s. cofte den molenwerf jeghen Ysebrant van der Laen ende dat molenhuys, dairof te voirhuyer X s.
    Dit sien die oude hofstederenten binnen der ouder vrihede: Gherijt Louwen s. heft die molenwerf over van Ysbrant van der Laen, dair staet op mit den erven die dairtoe horen XXXV s. VI d. II miten.
    Van wijn al tjair gebesicht in der kerken. Eerst tot Paesken, dairmede gemonicht wert: tot Ysebrant van der Laen III stoop, die stoop X gr., facit XX s.

    1409:
    Afterstal van tjaer XIIIIc ende VI by goeden payment: Ysbrant van der Laen van sijn erve dat Jan Stoep jeghens hem coft LII s.

    1412:
    Afterstal van den jair XIIIIc ende ses bi goeden payment: Ysbrant van der Laen van sinen erve dat Jan Stoep jeghens hem coft up die nuwe Volresgraft LII s.
    Ysbrant van der Laen van den molenexsijs VI nobel ende XV bot, facit XVII £ (ook vermeld 1413)

    1413:
    Van afterstal: Ysbrant van der Laen van sinen erve up die hoeve ende Jan Stoep jeghens hem coft LII s.

    1417:
    Afterstal van ommeghesetten kercghelde int jair XIIIIc ende XVI: Ysbrant van der Laen I gouden nobel

    vermelding:
    Leen van de hofstede Polanen:
    leen 33. 14 morgen land in Leiderdorp, zuid en west: de abt van Egmond, noord: Dirk Oerbaar en zijn zoon, oost: Dirk van Zijl.
    10-12-1399: IJsbrand van der Laan bij overdracht door Dirk van Groeneveld, te komen op Simon Frederik IJsbrandsz., 6461 fol. 322v-323.
    14-8-1444: Pieter van Delf na verzuim, 6461 fol. 323

    vermelding:
    Leen 165A. Zijn hofstede en boomgaard en 4 morgen, west (1449: twee zusters van Costijn Jansz.; 1526: Isak Alewijnsz. en Ambrosius Colen), zuidwest (1449: de leenman met 2 stukken land), noord (1449: Venne Jacobsz. met zijn moeder en zusters; 1526: de kartuizers te Keulen en de arme huiszitten van St. Pancras te Leiden), noordoost (1449: de leenman met een hofstede en 4 morgen, zijnde het leen Poelgeest nr. 731 ; 1526: zuid: mr. Cornelis Willemsz. met zijn kapelrie), oost (1449: de commandeur van St. Jan te Haarlem), (1625: zijnde 4 morgen 1 hont, zuid: de vrouw van Alewijn Meesz., west: kinderen IJsbrand Pietersz. de Bie en Adriaan Maartensz. van de Velde en Reiner Evertsz. met de rest van de woning, noord: mr. Gerard Buytewech en weduwe en erven van Willem Pietersz. van Leeuwen, oost: de commandeur van St. Jan).
    17-4-1404: Herman Willemsz. bij overdracht door Floris Nikolaas Screvelsz., LRK 53 fol. 50v.
    19-2-1415: IJsbrand van der Laan bij dode van Herman Willemsz., zijn vader, met lijftocht van Aleid, dochter van Jan Kerstantsz., zijn vrouw, op de mindere helft, LRK 54 fol. 125.
    19-4-1421: IJsbrand van der Laan, LRK 62 fol. 26v-27.
    19-4-1437: Herman van der Laan bij dode van IJsbrand, zijn vader, LRK 114 fol. 56v-57.
    28-1-1444: Pieter van Delf bij overdracht door Herman van der Laan, LRK 115 c. Nd.-Holland fol. 17v

    vermelding:
    Leiden, register van eigendomsbewijzen st. catharinagasthuis
    Nr. 371 folio 187 d.d. 07-04-1405.
    Van 4 morgen lants van IJsbrant van der Laen gecoft.
    Wi IJsbrant Jans Vosz. ende Jan Willem Jans Vosz. scepene in Leijden oirkonden dat voir ons quam IJsbrant van der Laen ende geliede dat hi vercoft heeft Jan van Leijden ende Willem Aerentsz. nu ter tijt gasthuijs meesters van sinte Katrinen gasthuijs te Leijden tot des gasthuijs behoiff, vier morgen lants, luttel min of meer, die gelegen zijn inden ambocht van Zoeterwoud. Ende heeft belegen an die oistside Foijtgen Jacopsz. ende an die westside Dirc Ramp beide mit horen lande, streckende wt Meerburger wetering an Hoven weer. Ende IJsbrant van der Laen lovede den gasthuijs meesters voirsz. of diet namaels wesen sellen tot des gasthuijs behoif dit voirsz. lant te waren jair ende dach alsmen een vri erve sculdich is te waren. Ende IJsbrant liede hun hier of voldaen ende betaelt den lesten penninc mitten eersten. In oircond desen brieve bezegelt mit onsen zegelen int jaer ons heren anno 1400 ende vive upten sevenden dach in Aprill.

    Nr. 18 folio 12 d.d. 31-08-1408.
    Hier op een transfixe.
    Wi Gerijt die Griemer Ermboutsz. ende Jan Willem Jans Voszsz. scepenen in Leijden oirkonden dat voir gerechte quam IJsbrant van der Laen ende gaf over Jan van Leijden ende Sijmon Jude nu ter tijt gasthuijs meesters, tot des gasthuijs behoif, vier scepen brieve dair dese brief doirsteken is, mit recht ende mit vonnesse alse recht is. Ende scepenen wijsden die gasthuijs meesters voirsz., of diet namails wesen sellen, mede te winnen ende te verliesen in alle schijn oft IJsbrant selve wair. Dit is voir een pont siairs dat Aernt IJsbrantsz. besproken had op lant tote Coudekerc, twelke overdragen is biden gerecht. In oirkond desen brieve bezegelt mit onsen zegelen. Int jair ons heren duijsent vierhondert ende achte upten lesten dach van Augusto.

    Nr. 372 folio 187 d.d. 14-09-1411.
    Van 3½ morgen lants vanden selven IJsbrant van der Laen gecoft.
    Wi Vranc Poesz. ende Koen Sijmonsz. scepene in Leijden oirkonden dat voir ons quam IJsbrant van der Laen ende geliede dat hi vercoft heeft Willem Aerentsz. ende Reijner Kerstantsz. nu ter tijt gasthuijs meesters van sinte Katrinen gasthuijs tot des voirsz. gasthuijs behoef vierdalff morgen lants, luttel min of meer, gelegen inden ambocht van Zoeterwoude. Ende heeft belegen an die oistside IJsbrant voirsz., an die zuijtside Willem Sijmon Vredericxz., an die westside noch IJsbrant voirsz. ende an die noortside heer Florijs van Alcmade mit horen lande. Ende IJsbrant voirsz. ende Jacop IJsbrants van der Laen geloveden mit gesamender hant ende elx voir al Willem ende Reijner gasthuijs meesters voirsz. tot des gasthuijs behoef dit voirsz. lant te waren jaer ende dach alse recht is ende men een vri eijgen lant sculdich is te waren ende alle commer of te doen die dair nu ter tijt up staen mach. Ende IJsbrant voirsz. lovede Jacop sinen zoon voirsz. hier of scadelois te houden. Voirt so geliede hem IJsbrant voirnt. hier of voldaen ende betaelt den lesten penninc mitten eersten. In oirkonde desen brieve bezegelt mit onsen zegelen int jaer ons heren duijsent vier hondert elve up des Heilich Cruijs dach Exastatio.

    Nr. 268 folio 91 d.d. 10-09-1424.
    Vande selfde acht pont tsiaers.
    Wi Zijmon Jude ende Willem Philpsz. scepene in Leijden oirkonden dat voor ons quamen die vier poortmeesters als IJsbrant van der Laen, Pieter van Leijden Dircxz., Pieter Rijswijc ende Wermbout Jansz. ende geliede dat si van der stede wegen vercoft hebben Jan Heerman een ghift opt huijs ende erve dat Dirc Jansz. plach te wesen, so den poortmeesters mit recht an gedi…. wort Dirc Jansz. goede te vercopen. In voorwairden tot wat tiden dat dit voorsz. huijs ende erve in coop of in besterfte comt, so sal ment vervoorhuren mitter helfte van achte pont hollants comans paijments die Jan Heerman dair op staende heeft, tot jaer naer renten. Welcke ghift gegeven wort om 12 gouden Wilhelmus scilde. Welcke 12 scilde Andries Bal toegescat worden in cortinge van sinen brieven die hi op Dirc Jansz. sprekende heeft, na inhout des scatbuers. Welc huijs ende erve gelegen is in Noorteijnde ende heeft belegen an die een side Harman die oude scoemaker ende an die ander side Geertruijt Gheijmans, streckende van der straet after upte Rijn. In oirkonde desen brief bezegelt mit onsen zegelen. Int jair ons heren 1400 ende 24 opt tienden dach in Septrembri.

    vermelding:
    Wij Gerijt van Oestgeest Willemsz. ende Pieter van Leijden Dircxz. schepenen in Leijden etc. van date 1410 den 9e Junij dair bij IJsbrant van der Laen vercoopt de Regulieren tot Leijderdorp 4½ morgen lands aldair, belent tnoorteijnde Beatris Jan Hugensz. weduwe ende haer kinderen, ten oosten den Heijlige Geest tot Leijden ende den voorn. Beatris mit een camp geheten de Broecmade, tzuijteijnde Costijn van der Does, ten westen de dwersweteringe. Gegeselt mit 2 groen zegelen aen uijtgesneden gevlochten staerten ende geteijckent numero 74.

    vermelding:
    Brieven van het St. Catharina gasthuis te Leiden
    ca. 20-5-1411 (kruisdag): een schepenbrief over de verkoop van land door IJsbrant van der Laen.
    IJsbrant verkocht 4,5 morgen land te Zoeterwoude aan de gasthuismeesters van het St. Cathrinen-gasthuis. Belend O IJsbrant, Z Willem Sijmon Vrederix, W IJsbrant, N Florens van Alcmade.
    IJsbrant en zijn zoon Jacob IJsbrants beloven schadeloos te houden etc.

    vermelding:
    Vermeld in het archief van Heilige Geesthuis te Leiden
    Nr. 157 folio 33 d.d. dinsdag na Dertienen dag 1413.
    Die Witte nonnen 10 st. paijments tsiairs
    Jan Danelsz. van der Haer heeft gekocht van IJsbrant van der Laen een huijs ende erve gelegen op Rapenburch te Leiden, belast met een rente van 10 schelling per jaar.
    Belend: an die een zijde Dirc van der Geest ende an die ander sijde IJsbrant voorsz. zelve, streckende voir vter vest after in die graft

    vermelding:
    Op 23 april 1414 braken er gevechten uit in Leiden, die verband hielden met een recente wetsverzetting waarbij vijf kabeljauwse schepenen uit het gerecht werden geweerd. Onder leiding van IJsbrand van der Laen gingen de kabeljauwen de strijd aan met Pieter Butewcht Dirkszn en zijn aanhang. In december werden beide partijen door de graaf verzoend en beboet.

    Na het beleg van Leiden kwam in 1420 een einde aan het politieke overwicht van de Hoeken in de stad. Jan van Beieren verving de zittende burgemeesters door Pieter Heerman, Bartelmees Ymmensz, Jacob IJsbrands van der Laen en Wermbout Jansz. De vier die tot de Kabeljauwse gegijzelden in Gouda hadden behoord, zouden het ambt tot de eerstvolgende verkiezingsdatum, 11 november, bezetten.
    5 dagen later kregen Pieter Heerman, Floris Paedze, IJsbrand van der Laen en Wermbout Jansz het benoemingsrecht.

    IJsbrand van der Laen reisde met Pieter Rijswijk tussen 21 juli en 2 augustus 1425 meerdere malen naar Den Haag en Purmerend om onderzoek te doen naar de moord (vergiftiging) op Jan van Beieren (5-1-1425)

    vermelding:
    Den Haag 19-2-1414 (1415): tocht IJsbrant v.d. Laen zijn vrouw Aliten Jacop Kerstantsdr aan de mindere helft van het navolgende leengoed: hofstede met woning, hofstede - boomgaard en 4 morgen land in het ambacht van Leijderdorp...
    de helft van een tiend in Langenweert waarvan Willem Sijmonsz het wederdeel heeft.

    vermelding:
    De stad Leiden stuurde in de jaren 1423-1424 veelvuldig IJsbrant van der Laen naar Den Haag om met Jan van Beieren te overleggen over ‘sulken sculde als men Heynric Harmanszoens kinder te hove sculdich is’. IJsbrand was net als Jan van Beieren een Kabeljauw en was eerder baljuw van Woerden geweest en daarmee een bekende van Jan van Beieren, die immers Woerden als apanage bezat. Hendrik Hermanszoon was vermoedelijk voor 1423 overleden, gezien het feit dat gesproken wordt over geld dat Jan van Beieren schuldig was aan de kinderen van Hendrik. Deze schulden waren wellicht tot stand gekomen toen Hendrik in de periode 1415-1420 rentmeester van Woerden was. De pressie op Jan van Beieren had op het oog geen direct effect. Pas in 1429, vier jaar na de dood van Jan van Beieren, kregen de dochters van Hendrik een rente uit de vorstelijke domeinen uit handen van Filips de Goede.

    vermelding:
    Weeskamer Leiden:
    d.d. 04-12-1437.
    Willem Jacobszn., Jan Jan Simonsznzn. en Gerrit Meeszn. zijn schuldig aan Fije IJsbrands weduwe van der Laan 150 gouden philippus bourgondische schilden.

    d.d. 18-02-1447.
    Fije van der Laan heeft een brief op de stad Leiden op haar en Joost's lijf voor 12 nobelen per jr en Fije is hefster zolang zij leeft. Op 7-4-1457 erkent Joost van der Laan met Willem Andrieszn. zijn moeders man voldaan te zijn.

    Pagina 24 d.d. 18-05-1447.
    Joeste kind van wijlen IJsbrand van der Laan en Fije. Jacob Rijswijk en Hendrik van der Laan. Aangezien de goederen voor het grootste gedeelte van Fije zijn gekomen zal Fije de goederen mogen gebruiken als Fije ze nodig heeft zonder enige toestemming.

    IJsbrant is getrouwd met Fije Andriesdr na 1415 (civil). [Gezinsblad] [Familiekaart]


  2. 3.  Fije Andriesdr

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1437 tot 1447; Vermeld in de weesboeken van Leiden

    Aantekeningen:

    Na het overlijden van IJsbrant gehuwd met Willem Andrieszn

    vermelding:
    Weeskamer Leiden:
    d.d. 04-12-1437.
    Willem Jacobszn., Jan Jan Simonsznzn. en Gerrit Meeszn. zijn schuldig aan Fije IJsbrands weduwe van der Laan 150 gouden philippus bourgondische schilden.

    d.d. 18-02-1447.
    Fije van der Laan heeft een brief op de stad Leiden op haar en Joost's lijf voor 12 nobelen per jr en Fije is hefster zolang zij leeft. Op 7-4-1457 erkent Joost van der Laan met Willem Andrieszn. zijn moeders man voldaan te zijn.

    Pagina 24 d.d. 18-05-1447.
    Joeste kind van wijlen IJsbrand van der Laan en Fije. Jacob Rijswijk en Hendrik van der Laan. Aangezien de goederen voor het grootste gedeelte van Fije zijn gekomen zal Fije de goederen mogen gebruiken als Fije ze nodig heeft zonder enige toestemming.

    Kinderen:
    1. 1. Joost van der Laen is geboren vóór 1437.


Generatie: 3

  1. 4.  Harman Willemszn (zoon van Willem Willem Luutgardenz en Bertrada van Oegstgeest); is gestorven in 1413; is begraven in Leiden, Pieterskerk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1359 tot 1444; Leen van de Graaf van Holland
    • vermelding: van 2 feb 1368; Eigenaar huis Kort Rapenburg te Leiden
    • functie: van 1371 tot 1373; Schepen van Leiden
    • Beroep: van 1376 tot 1384; Burgemeester en schout van Leiden
    • functie: van 1393; Poortmeester van Leiden
    • vermelding: van 1393 tot 1423; Leen van Putten
    • vermelding: van 1393 tot 1427; Leen van Putten
    • vermelding: van 1398 tot 1413; Vermeld in de rekeningen van de Sint Pieterskerk te Leiden
    • vermelding: van 17 aug 1400; Leen van de Graaf van Blois
    • vermelding: van 12 okt 1407; Opgeroepen de graaf te dienen bij Woudrichem met 2 man
    • Beroep: tot 1410; Exploitant van kalk- en steenovens te Leiden
    • vermelding: van 2 nov 1411; Verkoop land aan gasthuis meesters
    • vermelding: van 1412; Stichting van het St. Jacobsaltaar in de Pieterskerk te Leiden
    • vermelding: van 1415 tot 1416; Vermeld in het register eigendomsbewijzen te Leiden

    Aantekeningen:

    Ook vermeld met de naam Van Boschhuizen
    Harman Willemsz was een voorname Leidenaar. Hij was schepen van Leiden en was als meesterknaap verbonden aan de grafelijke herberg.
    De familie van Harman Willemsz was sponsor van twee grote kerken in Leiden. Aan de st. Pancraskerk / Hooglandse kerk werd betaald voor het St Laurensaltaar. Harman Willemsz schonk een nieuwe lessenaar aan de Pieterskerk na het overlijden van zijn vrouw Liesbet.

    vermelding:
    Leen 165A. Zijn hofstede en boomgaard en 4 morgen, west (1449: twee zusters van Costijn Jansz.; 1526: Isak Alewijnsz. en Ambrosius Colen), zuidwest (1449: de leenman met 2 stukken land), noord (1449: Venne Jacobsz. met zijn moeder en zusters; 1526: de kartuizers te Keulen en de arme huiszitten van St. Pancras te Leiden), noordoost (1449: de leenman met een hofstede en 4 morgen, zijnde het leen Poelgeest nr. 731 ; 1526: zuid: mr. Cornelis Willemsz. met zijn kapelrie), oost (1449: de commandeur van St. Jan te Haarlem), (1625: zijnde 4 morgen 1 hont, zuid: de vrouw van Alewijn Meesz., west: kinderen IJsbrand Pietersz. de Bie en Adriaan Maartensz. van de Velde en Reiner Evertsz. met de rest van de woning, noord: mr. Gerard Buytewech en weduwe en erven van Willem Pietersz. van Leeuwen, oost: de commandeur van St. Jan).
    17-4-1404: Herman Willemsz. bij overdracht door Floris Nikolaas Screvelsz., LRK 53 fol. 50v.
    19-2-1415: IJsbrand van der Laan bij dode van Herman Willemsz., zijn vader, met lijftocht van Aleid, dochter van Jan Kerstantsz., zijn vrouw, op de mindere helft, LRK 54 fol. 125.
    19-4-1421: IJsbrand van der Laan, LRK 62 fol. 26v-27.
    19-4-1437: Herman van der Laan bij dode van IJsbrand, zijn vader, LRK 114 fol. 56v-57.
    28-1-1444: Pieter van Delf bij overdracht door Herman van der Laan, LRK 115 c. Nd.-Holland fol. 17v

    leen 169C. 18½ morgen in Leiderdorp (1390: met de woning).
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Ruysch van Leiderdorp, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 12 nr. 66, LRK 54 fol. 44.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    13-11-1374: Simon Frederik en Herman Willemsz., zijn broer, LRK 50 fol. 136 nr. 913.
    ..-.-1390: Simon Frederik met ledige hand, LRK 422 fol. 7v nr. 128.

    leen 305. Een tiende in de Lage Waard (1353: in Koudekerk) en te (1359: buiten) Overendam in Oudshoorn
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Hugo van Leiden, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    Het leen 305 gesplitst in 305A en 305B

    leen 305B. De helft van het leen, (1481: genaamd Gneppic, gelegen in Alphen), (1394: waarvan Willem Simon Frederiksz., broer (!) van de leenman, de andere helft heeft).
    13-11-1374: Herman Willemsz., LRK 50 fol. 136 nr. 913.
    ..-.-1390: Herman Willemsz. met ledige hand, LRK 422 fol. 7v nr. 130.
    3-9-1394: Lijftocht van Beatrijs, gehuwd met Herman Willemsz., meesterknaap van de herberg, op de mindere helft, LRK 52 fol. 128 nr. 564.
    7-3-1406: Herman Willemsz., LRK 54 fol. 23v.
    19-4-1421: IJsbrand van der Laan, LRK 62 fol. 26v-27.

    vermelding:
    Leiden, cartularium 2-2-1368:
    Wi Gherijt Heerman ende Jan Costijns soen scepenen in Leijden oirkonden dat voir ons quam Harman Willems soen ende gheliede dat hi vijt ghegheven heeft Willem van der Dobbe die tijmmerman een huijs ende erve te poirtrecht dat gheleghen is op Rapenburch ende gheleghen heeft an die een zide Harman voirscr. mit sinen kameren ende an dander zide der stede vest mit enen ghemenen weghe die dair twisken gaet ende after Philips Willemsz. soen doirgaens mit eenre hoffte. In allen voirwairden als hier na ghescreven staet om 40 sc. in comans paijments tsiaers. Ende dese voirsz. renten selmen betalen tot meije daghe naist comende. Ende voirt alle iair opten meijen dach. In paije alse tot elker termijn binnen Leijden ghenghe ende gave wesen sel ende men broot ende bier mede copen mach. Voirt so sient voirwairden dat men dit vorsz. huijs ende erve vervoirhuren sal sel van sterfte ende van coop tot allen tiden als si verscinen mit half den renten ende wes men dair of split dan sel Harman vorsz. selve houder of bliven ende him den coop op draghen ende te vervoirhuren in allen manieren als vorsz. is naden beloop dat opt heel huijs ende erve staet ende hier sel vijt gaen tien sc. paijment ende 20 d. goet gelt tsiaers. Des sel hebben Pieternelle Doenvoers int Beghijn hof te Leijden 20 d. goet gelt ende Sinte Pieter 5 sc. paijment. In oircondete desen etc. Int iair ons heren 1368 op Onser Vrouwen avont annun(aid..)
    Kanttekening: Of geschat bij den gherechte anno 1500 ende 04, 20 sc. ende die ander 20 sc. staen noch opt huijs of camer ende geset an tvoersz. huijs op Corte Rapenburch.
    In 1384 is het huis vermeld in het testament van zijn dochter Lijsbet Harman Willems

    Beroep:
    burgemr. 1376-77, 78-79, 92-93; schout 1384

    vermelding:
    PERNIS
    leen 58. 9 gemet 2 lijn land in de Eijffel onder het huis van Arnt van Riede, (1472: jaarlijks 31 pond waarding).
    7 gemet 1 lijn 4 roede land in de hoeck van de Eijffel langs ‘s Gravenambacht.
    9 gemet land daar ten westen van gelegen.
    3½ gemet land in Roeden over de Rode.
    10 lijn 20 roede santland in het Rughesant, dat bij dit land behoort.
    9½ lijn land in de Stiefmoeder in Poortegael.
    3 gemet land aan de Nuwenweg.
    3 lb 6 schelling holland per jaar, verzekerd op het huis bij de tol te Geervliet, dat vroeger van Ghise Sausmaker was (1423: van Voppe Boudijnsz.).
    9-6-1393: Willem Harman Willemszoonsz. en zijn broer IJsbrant van der Laen elk met de helft na overdracht d.d. 3-6-1393 voor schepenen te Leijden door IJde, gehuwd met Floris Ghijsbrechtsz. (64, fol. 20v en 144, fol. 225v).
    17-8-1409: Willem Hermansz. en zijn broer IJsbrant van der Laen, gehuwd met jonkvrouwe Aleijde Jacob Corsticaensdochter, met ledige hand (65, fol. 13).
    29-7-1415: Willem van Boschusen bij dode van zijn vader Willem Hermansz. met diens helft (65, fol. 13 en 144, fol. 275).
    23-6-1423: Jacob IJsbrantsz. van der Laen, nadat het leen met dijkrecht verbeurd was door IJsbrant van der Laen en Willem van Boschuysen, met lijftocht van Clementia, dochter van Jacob Dirksz., zijn vrouw, op de mindere helft (144, fol. 258v).

    vermelding:
    POORTUGAAL
    leen 59. 1½ manninghe land in de Gheer, van de westzijde in, in Zweersdijck.
    9-6-1393: Baertraet van den Bosch na overdracht door IJde, gehuwd met Ghijsbrecht Florisz., bij kinderloos overlijden te versterven op de nakomelingen van Harman en jonkvrouwe Beatrise van Haesbroeck (144, fol. 225v).
    19-4-1398: IJde Harmansdochter, gehuwd met IJsebrant van der Werve, bij dode van Baertraet van den Boscche (64, fol. 21).
    ..-.-1409: IJde Herman Willemszoonsdochter tocht haar man IJsbrant van den Werve (65, fol. 13v).
    3-2-1427: IJsbrant van den Werve krijgt het leen ten vrij eigen in ruil voor het leen 56 (144, fol. 260v).

    vermelding:
    1398:
    Dit sijn die oude renten op hofsteden binnen der ouder vrihede: die Heilighe Gheest dat Lijsbet Harman Willems soen besprac V s. (ook vermeld 1399/1413)
    Item Harman Willems s. van sinen boghaert daer hi woent LIII s. IIII d. (ook vermeld 1399/1403)
    Dit sijn die erven twisken der nuwer Volresgraft ende der Hoeflaen: Harman Willems soen een erve LII s. (ook vermeld 1399/1403)
    Item Harman Willems soen een erve XIIII s. X d. (ook vermeld 1399/1403)
    Item Harman Willems soen een erve XVIII s. VI d. II miten (ook vermeld 1399/1413)
    Item Harman Willems soen alle die andere erven ten poorthuse toe IIII £ X s. X d. II miten (ook vermeld 1399/1409)
    Van provantsi opt keerchof: noch daer ghehaelt XXm stiens die Harman Willems s. sculdich was

    1399:
    Ontfaen van ghelienden ghelde dat men noch sculdich is:
    Harman Willems s. X £

    1401:
    Dit is sulc afterstal als die kercmeesters weder overleveren ende si in horen ontfanghe gherekent hebben: Harman Willem s. tesamen IX £ XVI s. III d. I mijt
    Afterstal van tjair XIIIIc ende I van renten op lant: Harman Willems s. van overal van renten, des heeft voir him betaelt Biatrijs Jans dochter V s., so blijft hi XI £ XI s. III d. I mijt (ook vermeld in 1402 onder Oude hofstederenten)

    1402:
    Eerst van afterstal dat die oude kercmeesters overleverden in lichten ghelde ende wi ontfaen hebben van den luden den comans groten voir VIII d. payments: Harman Willems s. tezamen IX £ XVI s. III d. I mite
    Tymmeringhe ende dyergelijc: Pieter Symans s. ghegheven in die weke voir Pinxter van IIm stiens te halen uut Harman Willems soens werc ende van Is hoet calcs uut Foytgens calcoeven dat ghebesicht wort tot der duer te maken tenden den nuwen werc IX groet, facit VI s.
    Afterstal van tjaer XIIIIc ende twie: Harman Willems s. al tezamen XI £ X s. XI d. I mite

    1403:
    Van voirhuyr ende giften:
    - ontfaen van Vranc Pieters s. van voirhuyr van een huys dat hi cofte tieghens Harman Willems s. V s.
    Dit sien die oude hofstederenten binnen der ouder vrihede: Vrancke Poes s. ende Willem Harmans soen van den huysse in die Rijnsteghe ende Florijs Boscoeps was XXVI s. VIII d.
    Dit is sulc afterstal als die kercmeesters voirscreven weder weder overleveren ende si in horen ontfanghe gherekent hebben. Eerst: Harman Willems s. van den jair XIIIIc ende twie altezamen ghesommet XI £ X s. XI d. mite
    Item noch Harman van den jair XIIIIc ende drie altezamen ghesommet XI £ XI d. mite

    1407:
    Dit sijn die erven twisken der nyer Volresgraft ende der Hoeflaen: Jan Stoop van den erve dat Harman Willem s. was LII s.
    Item die selve (Vranc {Pieters)van wat erfs gecoft jeghen Harman Willem s. IIII s.
    Van voirhuyr ende ghiften:
    - Eelman van een erfkijn dat hi had van Harman Willem s., dairof III s. II d.
    - Item Pieter Symons s. had een erfkijn van Harman Willem s., dairof te voirhuyr III s. III d.
    - Item Meyns Ailbrecht s. cofte dit erfkijn jeghen Pieter vors., dairof III s. III d.
    - Item Aernt die Brouwer had een erve van Harman Willem s., dairof IIII s.
    - Item Isebrant Bontemaker s. een erve van Harman vors., dairof te voirhuyr IIII s. II d.
    - Item Claes Hughen s. een erve van Harman voirs., dairof te voirhuyr V s. X d.
    Van renten op hofsteden: Harman Willem s. van den erven bi der Coepoort XLIX s. IX d. I mijt (ook vermeld 1409)

    1409:
    Dit sijn die erven twisken der nyer Volresgraft ende der Hoeflaen: - Jan Stoep van den erve dat Harman Willems s. was LII s.
    - die selve (Vranc Pieters) van wat erfs ghecoft jeghens Harman Willems s. IIII s.
    Van ghecoften houte ende callic ende cost die daerup ghedaen is: ghecoft jeghens Harman Willems s. III duysent stiens om XXII s. VIII d.

    1412:
    Van voirhuyr ende van ghiften: Item Aernt Hugen s. coft en erve jeghens Harman Willems s., dairof te voirhuyr XVII d.

    1413:
    Renten up raemsteden: Harman Willems soen erven XVIII s. IX d. I mijt

    vermelding:
    ZOETERWOUDE
    121. Een blok tienden in Zoeterwoude.
    17-8-1400: Herman Willemsz. bij overdracht door Jan Heerman, zijn neef, LRK 109 fol. 79v

    vermelding:
    12-10-1407: Hertog Willem, Graaf van Holland...
    Lieve, ende ghetrouwe, wij bidden u, ende manen op sulc leen, als ghij van ons houdt, dat ghij ons comt dienen, of drie uwe goeder ghewapende mannen sendt binnen Woudrichem, dair wij mede bewairt zij, alsoo dat sij dair zijn op en Dinxdaech naestcomende, om onse stede, ende palen aldair te helpen houden, dair wife leveren, ende doen zullen, dat wij schuldigh zijn te doen, dit en laet niet...
    Herman, Willemsen, II man
    ...
    NB: het betreft hier één van de conflicten tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Uiteindelijk werd 1412 te Wijk bij Duurstede een vrede gesloten, waarbij Gorinchem voorgoed aan Holland bleef mèt het gehele land van Arkel en de Lede.

    vermelding:
    Leiden, brieven St. Catharina gasthuis
    Nr. 239 folio 80 d.d. Aller zielen dag 1411.
    Enen scepen brief van lande ghecoft tjegen Harman Willemsz. Wij Coen Sijmons zoen ende Hughe Martijns soen scepenen in Leijden oirkonden dat voer ons quam Harman Willems soen ende geliede dat hi vircoft heeft den gasthuijs meesters van sinte Katrijnen alse Willem Aerntsz. ende Reijnier Kerstantsz. tot die gasthuijs behoef een stucke lants ende is gheheten die tien hont, gheleghen inden ambocht van Zueterwoude. Welc lant voirsz. Herman cofte tjegens Sijmon Ghisensz. Ende heeft belegen an die noortside Sijmon voirscr., aen die zuutside Aernts erfnamen van Tetroede, aen dat westende dat gasthuijs te Leijden ende aen dat oestende Harman voirscr., allen mid hoiren lande. Ende Harman voersz. lovede den gasthuijs meesters voirseijt of diet namaels wesen sullen dit voirscr. lant te waren, jair ende dach alse recht is alsmen een vrij eighen erve sculdich is te waren. Ende Harman voorseijt liede hem hier of voldaen ende betaelt, den lesten penninc mitten eersten. In oirkonde desen brieve beseghelt mid onsen segelen. Int jaer ons heren 1400 ene elf up Alre Zielen dach.

    vermelding:
    Charters van 15-6-1412, 1-11-1412 en 8-12-1412:
    Harman Willemsz en zijn neef Jan Heerman stichten het St. Jacobsaltaar in de Pieterskerk, ter memorie van hun ouders zielen. Er zal met 2 missen per week voor de ouders gebeden worden. Hiervoor geven zij 16 morgen land te Zoeterwoude. Harman en Jan hadden om beurten het begeefrecht. Na de dood van Harman gaat het recht over naar Willem Harmansz zijn zoon.
    Eerste vicaris is Gherijd Hoochstraet Dirxsoen van de Werve, de zoon van de zuster van Jan Heermen.

    vermelding:
    Leiden, register van eigendomsbewijzen st. catharinagasthuis
    Nr. 353 folio 181 d.d.15-09-1415.
    Een quijtscelding brief van d’abdisse van Reijnsburch.
    Wi Clemeijns van der Huerst bider genade goids abdisse van Reijnsburch doen cond allen luden dat wi wel verwoecht ende bewijst sien van Willem van Boschusen van zulken vier lb ende twie st. tsiaers als Harman Willemsz ons sculdich was van heren aelmans ende zijns selvens testament. Welke renten voirsz. ons Harman bewijst hadde in te nemen alle jaer op sinte Katrinen gasthuijs tot Leijden, van welke renten voirsz. wi den gasthuijs voirnt quijtscelden tot ewigen daghen. In kennesse der wairheit so hebben wi desen brieve bezegelt mit onsen zegele. Int jair ons heren duijsent vierhondert ende vijftien upten vierden dach van September.

    Nr. 383 folio 191 d.d. 11-02-1416.
    Een overdracht tuschen den gasthuijs meesteren ende Willem van Boschuijsen.
    Wi Gherijt die Griemer Ermboutsz. ende Poes Pieters soen scepene in Leijden oirkonden dat voir gerechte quamen Willem van Boschuijsen ende die gasthuijs meesters van sinte Katrinen gasthuijse te Leijden alse Reijner Kerstantsz. ende Willem Aerntsz. ende overdroegen bi goetdeincken ende consent vanden gemenen recht dat van alsulke vier morgen lants, luttel min of meer, als Harman Willemsz. den gasthuijse voirn. gemaect heeft zijn memori jairlix voir te doen Willem van Boschuijsen behouden zel die twie morgen dairmen den steen wt geslegen heeft ende noch jairlix wtslaet. Ende dair voir sel hi off doen die vier pont siaers die wten voorsz. lande dat cloister tot Reijnsburch hebben soude. Ende dat gasthuijs zal behouden die andere twie morgen lants die up him selven leggen ende hebben belegen an die westsijde IJde van der Breg mit horen kinderen, an dat noortend IJde van der Breg mit horen kinderen en Willem Jan Willemszsz., an die oistzijde Willem van Boschuijsen ende an dat zuijtend Willem van Boschuijsen ende IJde van der Breg mit horen kinderen, alle mit horen landen ende erven, also Willem van Boschuijsen van minen here te lien hout. Voirt so sient voirwairde dat dat gasthuijs enen toeganc hebben zel mit sinen beesten totten twien morgen voirsz. over Willems van Boschuijsens laen of lant voirn. In oirkond desen brief bezegelt mit onsen zegelen int jair ons heren anno 1400 ende sestien upten elften dach in Februario.

    Overleden:
    Harman Willems soen van den grave dair hi in leyt IIII £

    Harman + Lijsbeth van der Laen. Lijsbeth (dochter van IJsbrant van der Laen en Lijsbeth) is gestorven vóór 1393; is begraven in Leiden, Pieterskerk. [Gezinsblad] [Familiekaart]


  2. 5.  Lijsbeth van der Laen (dochter van IJsbrant van der Laen en Lijsbeth); is gestorven vóór 1393; is begraven in Leiden, Pieterskerk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1398 tot 1413; Vermeld in de rekeningen van de Sint Pieterskerk te Leiden

    Aantekeningen:

    Vermoedelijk had deze Lijsbeth de achternaam van der Laan

    vermelding:
    1398:
    Dit sijn die oude renten op hofsteden binnen der ouder vrihede: die Heilighe Gheest dat Lijsbet Harman Willems soen besprac V s. (ook vermeld 1399/1413)

    Het gaat hier om rente op kameren aan het Kort Rapenburg te Leiden. Lijsbeth had de rente voor 1384 vermaakt aan de H. Geest voor memoriediensten.

    Overleden:
    Lijsbeth lag begraven in het graf van haar ouders onder een blauwe zerk bij het Sinter Claes altaar in de gang naar het kleine orgel. De Pieterskerk had naast het grote orgel, een klein orgel in de nabijheid van het Nicolaasaltaar.

    Kinderen:
    1. 2. IJsbrant van der Laen is gestorven vóór 19 apr 1437.
    2. Willem Harman Willemszn Boschhuizen is gestorven vóór 29 jul 1415.
    3. Lijsbet Harman Willemszn
    4. Adriaen Harman Willemsdr is gestorven circa 1413; is begraven in Leiden, Pieterskerk.
    5. Hendrik (de oude) Hermansz is gestorven vóór 1423.
    6. Hendrik (de jonge) Hermansz


Generatie: 4

  1. 8.  Willem Willem Luutgardenz (zoon van Willem Luutgardenz); is gestorven vóór 28 feb 1375.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • functie: van 1340 tot 1367; Schepen van Leiden
    • functie: van 1346 tot 1347; Kerkmeester van de O.L.V. kerk te Leiden
    • Beroep: van 1351 tot 1361; Rentmeester van Kennemerland en Friesland
    • vermelding: van 1353 tot 1372; Grafelijke lenen
    • vermelding: van ca. 1375; Stichter St. Benedictusprebende op het hoogaltaar van St. Pancraskerk te Leiden

    Aantekeningen:

    Willem was schepen te Leiden en kerkmeester van de O.L.V. kerk.
    Hij was eigenaar van huizen te Leiden van van landen te Leiderdorp, Zoeterwoude, Oegstgeest

    functie:
    1340-41, 42-43, 44-45, 45-46, 50-51, 66-67

    vermelding:
    leen 152. Zijn huizing en erf te Leiden, (1521: waar haar vader in placht te wonen, zijnde het derde huis; 1587: naast Pens merct; van de steeg, waardoor men van de Blauwe steen naar de St. Pieterskerk gaat, noordwaarts aan), strekkend van de Grote straat, (1521: waar het stadhuis in staat), tot de middelgracht, noord: Elisabeth Andries en erven Andries Han Zoetenz. (1372: Jan heer Simonsz.), zuid: Floris die Meier.
    5-9-1358: Willem Willemsz. bij opdracht, LRK 50 fol. 2 nr. 8, Graven van Holland, inv. 751.
    12-9-1358: Lijftocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., LRK 50 fol. 3v nr. 15.
    8-12-1361: Willem Willemsz., eventueel te komen op de kinderen van Simon Frederik, gehuwd met Katharina, dochter van Jan Smeder, zijn zoon, LRK 50 fol. 79 nr. 416.

    leen 153. Zijn huis (1372: en erf), waar Jan van Coutwijk in woonde, enerzijds: Pieter van Leiden, anderzijds: Jacob Gerard Emmenzz. (1372: Willem Willemsz.); 40 s. op huis en erf van vrouw en kinderen van Jacob Spronc, waar zij in wonen; 22 s. 6 d. op het huis van Floris die Meier; 5 s. op het huis van Maurijn Hugenz. van der Does (1358: aan de Grote straat, enerzijds: heer Alewijn met het Klokhuis, anderzijds: Gerard van Oegstgeest Rutgersz.).
    5-9-1358: Willem Willemsz. bij opdracht, LRK 50 fol. 2 nr. 8, Graven van Holland, inv. 751.
    12-9-1358: Lijftocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 3v nr. 15.
    14-10-1372: Simon Frederik met lijftocht van Fie, dochter van Willem ts Wildenz., zijn vrouw, op de mindere helft van het eerste perceel, LRK 50 fol. 2 nr. 8 en fol. 129v nr. 840. Het eerste perceel is in het vervolg misschien begrepen in nr. 152, waar het echter alleen in 1448 werd genoemd.

    leen 169C. 18½ morgen in Leiderdorp (1390: met de woning).
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Ruysch van Leiderdorp, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 12 nr. 66, LRK 54 fol. 44.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    13-11-1374: Simon Frederik en Herman Willemsz., zijn broer, LRK 50 fol. 136 nr. 913.

    leen 305. Een tiende in de Lage Waard (1353: in Koudekerk) en te (1359: buiten) Overendam in Oudshoorn.
    5-9-1323: Lijftocht van Machteld, gehuwd met Hugo van Leiden, dienaar van de leenheer, LRK 2 fol. 29 nr. 189.
    1-4-1353: Willem Willemsz. van Leiden bij koop na de dood van Machteld, weduwe Hugo van Leiden, LRK 42 fol. 7v nr. 76.
    5-4-1354: Lijfocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., op het goed, dat Machteld Splinter Hasenz. hem overdroeg, LRK 23 fol. 45v nr. 211.
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Hugo van Leiden, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    Het leen 305 gesplitst in 305A en 305B

    vermelding:
    Eerste kanunnik werd zijn neef mr. Jan Philipsz. Collator na zijn dood was zijn zoon Simon Frederik.
    De St. Pancraskerk is ook bekend als de Hooglandse kerk.

    Overleden:
    overleden tussen 25 mrt. 1373 en 28 feb. 1375, waarschijnlijk al voor 2 nov. 1374

    Willem is getrouwd met Bertrada van Oegstgeest vóór 1358 (civil). Bertrada is gestorven vóór 1364. [Gezinsblad] [Familiekaart]


  2. 9.  Bertrada van Oegstgeest is gestorven vóór 1364.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1353 tot 1372; Grafelijke lenen

    Aantekeningen:

    vermelding:
    leen 152. Zijn huizing en erf te Leiden, (1521: waar haar vader in placht te wonen, zijnde het derde huis; 1587: naast Pens merct; van de steeg, waardoor men van de Blauwe steen naar de St. Pieterskerk gaat, noordwaarts aan), strekkend van de Grote straat, (1521: waar het stadhuis in staat), tot de middelgracht, noord: Elisabeth Andries en erven Andries Han Zoetenz. (1372: Jan heer Simonsz.), zuid: Floris die Meier.
    5-9-1358: Willem Willemsz. bij opdracht, LRK 50 fol. 2 nr. 8, Graven van Holland, inv. 751.
    12-9-1358: Lijftocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., LRK 50 fol. 3v nr. 15.
    8-12-1361: Willem Willemsz., eventueel te komen op de kinderen van Simon Frederik, gehuwd met Katharina, dochter van Jan Smeder, zijn zoon, LRK 50 fol. 79 nr. 416.

    leen 153. Zijn huis (1372: en erf), waar Jan van Coutwijk in woonde, enerzijds: Pieter van Leiden, anderzijds: Jacob Gerard Emmenzz. (1372: Willem Willemsz.); 40 s. op huis en erf van vrouw en kinderen van Jacob Spronc, waar zij in wonen; 22 s. 6 d. op het huis van Floris die Meier; 5 s. op het huis van Maurijn Hugenz. van der Does (1358: aan de Grote straat, enerzijds: heer Alewijn met het Klokhuis, anderzijds: Gerard van Oegstgeest Rutgersz.).
    5-9-1358: Willem Willemsz. bij opdracht, LRK 50 fol. 2 nr. 8, Graven van Holland, inv. 751.
    12-9-1358: Lijftocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 3v nr. 15.
    14-10-1372: Simon Frederik met lijftocht van Fie, dochter van Willem ts Wildenz., zijn vrouw, op de mindere helft van het eerste perceel, LRK 50 fol. 2 nr. 8 en fol. 129v nr. 840. Het eerste perceel is in het vervolg misschien begrepen in nr. 152, waar het echter alleen in 1448 werd genoemd.

    leen 169C. 18½ morgen in Leiderdorp (1390: met de woning).
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Ruysch van Leiderdorp, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 12 nr. 66, LRK 54 fol. 44.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    13-11-1374: Simon Frederik en Herman Willemsz., zijn broer, LRK 50 fol. 136 nr. 913.

    leen 305. Een tiende in de Lage Waard (1353: in Koudekerk) en te (1359: buiten) Overendam in Oudshoorn.
    5-9-1323: Lijftocht van Machteld, gehuwd met Hugo van Leiden, dienaar van de leenheer, LRK 2 fol. 29 nr. 189.
    1-4-1353: Willem Willemsz. van Leiden bij koop na de dood van Machteld, weduwe Hugo van Leiden, LRK 42 fol. 7v nr. 76.
    5-4-1354: Lijfocht van Bertrada, gehuwd met Willem Willemsz., op het goed, dat Machteld Splinter Hasenz. hem overdroeg, LRK 23 fol. 45v nr. 211.
    11-1-1359: Willem Willemsz. zoals Hugo van Leiden, te komen op Simon Frederik en Herman, zijn zoons, beiden met de helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    8-7-1364: Lijftocht van Hasetiaan, gehuwd met Willem Willemsz., op de mindere helft, LRK 50 fol. 85v nr. 482.
    Het leen 305 gesplitst in 305A en 305B

    Kinderen:
    1. 4. Harman Willemszn is gestorven in 1413; is begraven in Leiden, Pieterskerk.
    2. Simon Frederik Willemsz is gestorven circa 1390.

  3. 10.  IJsbrant van der Laen is geboren circa 1310; is gestorven vóór 1398; is begraven in Leiden, Pieterskerk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • functie: van 1336; Schepen van Leiden
    • vermelding: van 1398; Memorie voor Aernt en zijn ouders met rente op land de Koudekerk

    Aantekeningen:

    vermelding:
    Brieven St. Catharinagasthuis Leiden:
    Nr. 207 folio 68v. d.d. donderdag na Beloken Pasen 1398.
    Enen brief van Aernt IJsebrant soens testament.
    Ende voir desen brief is bewijst renten binnen der stede bi consent vanden recht. Deze akte is doorgehaald: Wij Willem Kerstants soen ende Nan van Lis scepenen in Leijden oirconden dat voir ons quam Aernt IJsebrants soen van der Laen ende geliede dat hi gemaect heeft sinte Katrinen gasthuijse te Leijden een pond hollans comans paijments siaers ewelike rente. Te versien ende staende op die helft van vierdalf margen lants die Aernt voirsz. nu ter tijt heeft leggende inden ambocht van Koudekerc inden Hogen Waert. Welc lant nu ter tijt bruijct Jacop Vredricx soen ende gheeft van der helft vande voirsz. lande ses pond ende vier scellingen siaers. Ende voir dat pond siaers sellen die gasthuijs meesters die nu sien of namaels wesen sellen alle jair memorie doen voir IJsebrants siel van der Laen, Aernts vader voirscr., voir Lijsbet sijnre moeder siel ende voir Aernt IJsebrants siel, des donredage ende des vridage na Onser Vrouwen dagen te Lichtmisse, opten blawen zarc dair IJsebrant van der Laen ende Lijsbet, Aernts moeder voirscr. onder leggen biziden sinter Claes outaer inden ganc totter cleijnre orghel waert. Ende men sel setten vier stal kaersen alse redelic is. Ende men sel gheven elken vanden drien prochipapen ende den coster elx ses penningen paijments des avonts ende des ghelijcx den selven also veel alse voirscr. staet des ochtens. Voirt so sel men onder den armen delen alle jair als men dese memori doet seven groot, dat is te verstaen dat men elke achte gheven sel enen groten. Ende wes dan dair over loopt dat sel sinte katrinen gasthuijs behouden totter armer alemaigher behoef. Voirt so sel men dese rente alle jair betalen binnen den vier heiligen dage van Kersavond. In oirconden desen brieve besegelt mit onsen segel.

    Op dezelfde dag wordt een vergelijkebare brief gemaakt (voor de andere helft van het land?) voor de heilige geest tot St. Pieter nu voor een memorie op donderdag en vrijdag na Sinte Pietersdag.

    Overleden:
    IJsbrant van der Laen en zijn vrouw Lijsbeth lagen begraven onder een blauwe zerk bij het Sinter Claes altaar in de gang naar het kleine orgel. De Pieterskerk had naast het grote orgel, een klein orgel in de nabijheid van het Nicolaasaltaar.

    IJsbrant is getrouwd met Lijsbeth vóór 1364 (civil). is gestorven vóór 1398; is begraven in Leiden, Pieterskerk. [Gezinsblad] [Familiekaart]


  4. 11.  Lijsbeth is gestorven vóór 1398; is begraven in Leiden, Pieterskerk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • vermelding: van 1398; Memorie voor Aernt en zijn ouders met rente op land de Koudekerk

    Aantekeningen:

    vermelding:
    Brieven St. Catharinagasthuis Leiden:
    Nr. 207 folio 68v. d.d. donderdag na Beloken Pasen 1398.
    Enen brief van Aernt IJsebrant soens testament.
    Ende voir desen brief is bewijst renten binnen der stede bi consent vanden recht. Deze akte is doorgehaald: Wij Willem Kerstants soen ende Nan van Lis scepenen in Leijden oirconden dat voir ons quam Aernt IJsebrants soen van der Laen ende geliede dat hi gemaect heeft sinte Katrinen gasthuijse te Leijden een pond hollans comans paijments siaers ewelike rente. Te versien ende staende op die helft van vierdalf margen lants die Aernt voirsz. nu ter tijt heeft leggende inden ambocht van Koudekerc inden Hogen Waert. Welc lant nu ter tijt bruijct Jacop Vredricx soen ende gheeft van der helft vande voirsz. lande ses pond ende vier scellingen siaers. Ende voir dat pond siaers sellen die gasthuijs meesters die nu sien of namaels wesen sellen alle jair memorie doen voir IJsebrants siel van der Laen, Aernts vader voirscr., voir Lijsbet sijnre moeder siel ende voir Aernt IJsebrants siel, des donredage ende des vridage na Onser Vrouwen dagen te Lichtmisse, opten blawen zarc dair IJsebrant van der Laen ende Lijsbet, Aernts moeder voirscr. onder leggen biziden sinter Claes outaer inden ganc totter cleijnre orghel waert. Ende men sel setten vier stal kaersen alse redelic is. Ende men sel gheven elken vanden drien prochipapen ende den coster elx ses penningen paijments des avonts ende des ghelijcx den selven also veel alse voirscr. staet des ochtens. Voirt so sel men onder den armen delen alle jair als men dese memori doet seven groot, dat is te verstaen dat men elke achte gheven sel enen groten. Ende wes dan dair over loopt dat sel sinte katrinen gasthuijs behouden totter armer alemaigher behoef. Voirt so sel men dese rente alle jair betalen binnen den vier heiligen dage van Kersavond. In oirconden desen brieve besegelt mit onsen segel.

    Op dezelfde dag wordt een vergelijkebare brief gemaakt (voor de andere helft van het land?) voor de heilige geest tot St. Pieter nu voor een memorie op donderdag en vrijdag na Sinte Pietersdag.

    Overleden:
    IJsbrant van der Laen en zijn vrouw Lijsbeth lagen begraven onder een blauwe zerk bij het Sinter Claes altaar in de gang naar het kleine orgel. De Pieterskerk had naast het grote orgel, een klein orgel in de nabijheid van het Nicolaasaltaar.

    Kinderen:
    1. 5. Lijsbeth van der Laen is gestorven vóór 1393; is begraven in Leiden, Pieterskerk.
    2. Aernt IJsbrantsz van der Laen is geboren vóór 1364; is gestorven vóór 1408.




Over deze website

Heb je aanvullingen, verbeteringen, vragen en/of foto's? Neem contact op. Wij horen graag van je!
Je kunt gegevens overnemen van de site als je de bron vermeldt.
Vanwege het auteursrecht op diverse documenten kun je afbeeldingen niet overnemen.