| Naam |
Maritje Simons van der Winden |
| Geboorte |
ca. 1667 |
Rijswijk [1] |
- Is op 18-8-1674 ca. 7 jaar oud.
|
| Geslacht |
Vrouwelijk |
| Feit |
van 18 aug 1674 [2] |
| Nalatenschap Simon Arijensz van Winden |
- ONA Delft 18-8-1674: Inventaris van de boedel en goederen van het echtpaar Simon Arijensz van Winden zal. en Maertge Cornelis van Coppe (tekent als Maertgen Cornelis van Coppen). Simon is op 27-2-1673 overleden in zijn huis aan de Haechse Wech te Rijswijck. Zijn enige erfgenaam is zijn dochter Marijtie Simons van Winden ca. 7 jaar oud.
In de boedel: de opstal van een huijs, schuur, bergen en geboomte aan de Haechweg te Rijswijck, staand op het land toekomend aan de heer Gerard Tuijning, raadsheer in Den Haag; 6 mergen, 3 hond en 80 roeden teeland in de Plaspoelpolder te Rijswijk, waarvan de wederhelfte van de erfgenamen van Mees Jochimsz Witteman, uit de Vliet O tot in de Molesloot, W het weeshuis te Delft N de heer van Cabau; de helft van 4,5 mergen land in Woutharnis, O de Molesloot, Z de wederhelft van de voorschr. 4,5 mergen, W de Wateringe en N de heer Overschie. De 2 partijen land zijn door de overledene in zijn leven zelf gebruikt en dat zal door zijn weduwe worden gecontinueerd.
Nog 1 mergen, 1 hond en 50 roeden onvrij hofland zijnde de helft van 2 mergen en 3 honden in de Hof van Delft, belend in het geheel O W N de kinderen van Arijen Joris Juijst, Z de heer Tromp, burgemeester te Delft. Voorts brengt de weduwe als mede-erfgenaam van Cornelis Jans Coppe, haar vader zaliger, in de som van 800 gld.; 1 mergen en 2 hond onvrij hofland gelegen als boven, W en Z de kinderen van Arijen Joris, O en N de Sweth... waarvoor zij gehouden is 200 gld. uit te keren aan haar broers en zusters;
een vijfde deel in een woning en landen met huijs, bijhuijs, schuur, bergen en geboomte samen groot ca. 20 mergen, genaamd De Kitswoning, in Rijswijk, die de overledene als mede-erfgenaam van zijn vader Arijen Leenderts van Winden tesamen met zijn zusters en broeders bezat met verscheidene lasten daaraan verbonden.
Verder levende have: 1 zwarte merrie, 25 melkkoeien, 2 vetten koeien, 4 vaarsen, 3 hokkelingen, 7 kalveren, 7 varkens, 4 biggen, 10 hoenders, 1 haan; gereedschappen voor het bewerken van het land en het maken van boter en kaas, en andere goederen zoals bonen, hooi, 2 rijwagens, etenswaren, meubels en huisraad, koper- en ijzerwerk, hout- en aardewerk, linnengoed en kleren. Nog tegoeden aan landhuur, geleverde kaas en boter en schulden (obligaties, geleverde winkelwaren, loon aan de knecht, ander arbeidsloon, pacht, verpondingen, erfgenamen van Arijen Leendertsz van Winden)...
Op 21-10-1674 volgt een overeenkomst tussen Maertgen Corn. van Coppe en Willem Corn. van Coppen op de Noort hoorten met Leendert Arijens van Winden, bouman te Rijswijk als omen en voogden van Marijtie Simons van Winden, 7 jaar oud. Maertgen zal haar dochter onderhouden, verzorgen, opvoeden, laten leren lezen en schrijven, tot haar kind 18 jaar is. Zij zal dan 2.800 car. gld. uitbetalen aan haar dochter met nog de helft van een vijfde deel in de Kitswoning te Rijswijk met bijbehorende landen etc.
Maertje zal de verdere boedel behouden...
|
| Feit |
van 1703 tot 1708 [2] |
| Nalatenschappen Marijtge Cornelisdr Koppen en Jacob Pieters vd Arent |
- ONA Delft 5-5-1708: Gerrit van Leeuwen is weduwnaar van Marijtje Simons van Winden als erfgenaam en vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, wonend te Hof van Delft. Hij geeft te kennen dat Jacob Pieters van der Arent is komen te overlijden. Jacob Pieters heeft op 1-4-1708 zijn testament gemaakt, waaarbij de kinderen van Gerrit als universele erfgenamen zijn benoemd. Vanwege diverse schulden wordt examinatie van de boedel aangevraagd.
Testament van Jacob Pieters van der Arent d.d. 1-4-1708: Jacob woont bij Sion en ligt ziekelijk te bedde. Zijn huisvrouw, Maartje Corn. van Koppen, eerst weduwe van Simon Arents van Winden, is op 2 november 1704 overleden. Hij had de nalatenschap zonder voorwaarden aanvaard. Hij was het kindsdeel verschuldigd aan zijn aanbehuwde dochter Marijtje Sijmons van Winden, huisvrouw van Gerrit van Leeuwen, volgens de overeenkomst tussen hem en zijn huisvrouw d.d. 21-10-1674. Betreft de somma van 4.960 gld, gezamenlijk bezit van hem en zijn huisvrouw.
Het bezit is 5 morgen land te Kethel aan de Woutseweg, 3 morgen en 300 roeden teelland aan de Kleijwegh en nog 4 morgen, 200 roeden op de Hooren.
De enige en universele erfgenamen zijn de gezamenlijke kinderen van Gerrit van Leeuwen geprocreert bij zijn aanbehuwde dochter Marijtje Simonsz van Winden. De vader wordt als voogd benoemd.
|
| Feit |
van 10 mei 1703 [2] |
| Testament |
- ONA Delft 10-5-1703: Testament van het echtpaar Jacob Pieters van der Arent en Maartje Corn. van Coppen wonend aan de Haagwegt.
Hij benoemt Maartje Corn. als enige erfgenaam.
Zij verklaart dat het vaderlijke goed (1.300 gld) van haar eerste man, naar haar enige dochter gaat, Maartje Simons, huisvrouw van Gerrit Jans van Leeuwen. Haar man Jacob v.d. Arent zal de gemeenschappelijke goederen en boedel gedurende zijn leven blijven bezitten. Als haar man huwt zal hij een inventaris op moeten maken en boven de hiervoor genoemde 1.300 gld. de helft van de boedel moeten afstaan aan haar dochter of nakomelingen.
Als hij als laatste overlijdt dan is Maartje Simons van Winden zijn erfgenaam. Zij zal dan aan zijn naaste vrunden 150 gld. moeten uitbetalen...
|
| Feit |
van 7 jun 1704 [2] |
| Schuldbekentenis |
- ONA Delft 7-6-1704: Het echtpaar Gerrit Jansz van Leeuwen, bouwman wonende onder 't Hof van Delft en Maria Simonsdr van Winden, verklaart 4.000 gld. schuldig te zijn aan Pieter Huijbregtsz Perveen wonend te Maasland, voortkomend uit een obligatie van 800 gld. ten laste van Jan Pietersz van Leeuwen, zijn vader zaliger, bij scheiding van diens boedel en een andere obligatie van 3.000 gld. ten laste van hem zelf, waarvoor borgen zijn/waren: Jan Pieterz van Leeuwen en Jacob Pietersz van der Arent met Maria Cornelis van Coppen. Onderpand hun woning, als huis, schuur, barg en geboomte met ca. 20 margen land onder 't Hof van Delft, waar zij wonen, 1/3 deel van 27 margen lan te Maasland en De Lier. De borgen hebben als onderpad 5 margen land te Kethel aan de Woutwegh en hun woning, huijs, schuur, barg en geboomt met 4,5 mergen land aan de Rijswijkse straetwegh
In de kantlijn staat dat de schuld op 24-6-1706 is voldaan.
|
| Feit |
van 6 mrt 1708 [2] |
| Testament |
- ONA Delft 6-3-1708: testament van het echtpaar Gerrit Jansz van Leeuwen, bouwman en Maritge Simons van Winden, wonende op de Noordhoorn, Hof van Delft. Hij is gezond en zij ligt ziekelijk te bedde.
|
| Overlijden |
vóór 5 mei 1708 [1] |
| Oorzaak: Vermoedelijk als gevolg van de bevalling kind |
| Persoon-ID |
I11152 |
Hennies genealogie | Neerscholten |
| Laatst gewijzigd op |
11 jul 2025 |
| Gezin |
Gerrit Jansz. van Leeuwen, geb. 1672, Maasland ovl. Ja, datum echter onbekend (Leeftijd ~ 74 jaar) |
| Huwelijk |
25 apr 1696 |
Rijswijk [2] |
| Type: civil |
- JM wonende in den Ambachte van Maeslandt onder de parochie van de Lier; JD wonende onder desen Ambachte van Rijswijck
|
| Huwelijkstoestemming |
25 apr 1696 |
Rijswijk [4] |
| Kinderen |
| | 1. Maria Gerritse van Leeuwen, ged. 3 jul 1696, Rijswijk ovl. Ja, datum echter onbekend |
| > | 2. Simon Gerritse van Leeuwen, ged. 27 okt 1697, Rijswijk ovl. na 1764 (Leeftijd ~ 68 jaar) |
| | 3. Jan Gerrits van Leeuwen, ged. 3 jan 1699, Schipluiden, RK kerk ovl. vóór 25 jun 1700 (Leeftijd ~ 1 jaar) |
| > | 4. Jan Gerrits van Leeuwen, ged. 25 jun 1700, Schipluiden, RK kerk ovl. Ja, datum echter onbekend |
| + | 5. Jacob Gerritz van Leeuwen, ged. 14 dec 1701, Schipluiden, RK kerk ovl. na 1764 (Leeftijd ~ 64 jaar) |
| > | 6. Huybrecht Gerritse van Leeuwen, geb. ca. 1702, Maassluis begr. 27 mrt 1754, Rijswijk (Leeftijd ~ 52 jaar) |
| + | 7. Maria Gerritsdr van Leeuwen, ged. 15 jun 1703, Schipluiden, RK kerk ovl. 20 dec 1776, Maasland (Leeftijd ~ 73 jaar) |
| | 8. Magteld Gerritsdr van Leeuwen, ged. 3 mrt 1708, Schipluiden, RK kerk ovl. Ja, datum echter onbekend |
|
| Gezins-ID |
F1292279647 |
Gezinsblad | Familiekaart |